Proefdieren en Dierproeven
Animals in Science


Standpunt Koninklijke Nederlandse Dierkundige Vereniging (KNDV) betreffende proefdieren en dierproeven.

Veel van onze biologische en medische kennis aan levensprocessen is opgebouwd op basis van experimenten en observaties aan dieren en aan biologisch materiaal afkomstig hiervan. Ten behoeve van fundamentele wetenschappelijke theorievorming, de ontwikkeling van nieuwe medische behandelingen, en het testen van de veiligheid van voedingsstoffen en materialen zullen proefdieren en dierproeven nodig blijven.

Dieren hebben een intrinsieke waarde. Dit houdt in dat dieren, en dus ook proefdieren, respectvol moeten worden behandeld. In de beoordeling van het belang van een dierproef dient het welzijn van het dier een expliciete afweging te zijn.

In Nederland zijn proefdieren de best bij wet beschermde groep dieren. De in 1977 van kracht geworden Wet op de dierproeven (Wod) is niet alleen in vergelijking met andere Nederlandse op dierenwelzijn gerichte wetgeving het strengst, maar ook in vergelijking met dierproefwetgeving van landen binnen de Europese Gemeenschap. Significante verbeteringen van dierenwelzijn zullen niet worden bereikt door aanpassingen aan de Wod, maar door verdere ontwikkelingen in andere toepasselijke regelgeving, zoals de Gezondheid- en welzijnswet voor dieren (Gwwd). De harmonisering van Europese dierproefwetgeving is gewenst, en Nederland kan hierin een rol als gidsland spelen.

Het gebruik van proefdieren is maatschappelijk controversieel. Dat legt een verantwoordelijkheid bij diegenen die bij dierproeven en proefdieren betrokken zijn om respectvol met proefdieren om te gaan en zorgvuldig binnen de kaders van de wet te opereren. Het legt een even zo grote verantwoordelijkheid bij tegenstanders om binnen de kaders van de wet hun bezwaren en protesten te uiten.

De KNDV onderschrijft de principes van vervanging, vermindering en verfijning. Daar waar mogelijk moeten gevalideerde modellen en systemen proefdieren vervangen. Voorzichtigheid blijft echter geboden: de ingewikkelde interacties tussen biologische systemen binnen een organisme kunnen niet altijd worden nagebootst in een alternatief systeem. In wetenschappelijke disciplines waarin het dier zélf het onderwerp van studie is, is vanzelfsprekend geen gebruik van vervangende modellen mogelijk. Dat laat onverlet dat ook hier vermindering en verfijning moeten worden nagestreefd.